Cato heeft haast

Het is vroeg in de ochtend. Cato is al wakker en ligt in haar bed te wachten tot ze eruit mag. Dan gaan de ogen van haar wekker eindelijk open. Dat is het teken dat ze op mag staan.

Cato springt uit bed. Ze doet supersnel de kleren aan die mama gisteravond klaar heeft gelegd en rent dan naar de badkamer om naar de wc te gaan. Als ze de badkamer weer uitkomt botst ze tegen mama aan.

‘Wat heb jij een haast vandaag,’ zegt mama met een slaperig gezicht.

‘Ja, ik moet namelijk snel naar school,’ antwoordt Cato.

‘Waarom?’ vraagt mama.

‘Omdat ik vandaag mijn kip mag afmaken van de juf,’ zegt Cato. ‘Ik was de eerste die een eierdoosje meegenomen had, dus als ik snel ben heb ik ook als eerste de kip af.’

‘Ah ik snap het. Dan mag de juf jou wel vaker een knutselopdrachtje geven, want ik vind het wel handig dat jij helemaal alleen jouw kleren aantrekt,’ zegt mama. ‘En ik vind het ook heel knap. Kom dan gaan we nog wel even samen je tandenpoetsen.’

 

Na het tandenpoetsen en het brood eten gaan ze vlug naar school. Mama mag vanwege Corona niet mee het schoolplein op, dus blijven ze voor het hek staan.

Daar geeft Cato mama een hele lange knuffel.

‘Dag mama,’ zegt ze. ‘Zwaai je nog naar mij als ik op het plein ben?’

‘Ja natuurlijk zwaai ik naar jou,’ antwoordt mama.

Dan loopt Cato het schoolplein op. Midden op het plein draait ze zich om naar mama en begint uitgebreid te zwaaien. Ze slaat daarna haar armen om zichzelf heen en geeft zichzelf een knuffel alsof ze mama knuffelt. Daarna maakt ze met haar handen een hartje en steekt haar hartje in de lucht voor mama. Tenslotte stuurt ze mama ook nog een handkusje.

Mama stuurt een hartje en een handkus terug en roept: ‘Catootje, ga nu maar snel naar binnen! Dan kun je verder knutselen aan je kip!’

‘Oh ja!’ roept Cato terug. En ze draait zich snel om en rent naar binnen. ‘Dat was ik helemaal vergeten!’